Maandag 13 Juni.

Afgelopen dagen was het niet erg druk op mijn werk en dat was wel prettig. Heb zitten lezen in een leuk boek dat ik nog had. Voor een poos terug had ik het zien liggen bij Albert Heijn. Daar liggen sinds kort boeken die je mee kan nemen en dat is wel leuk.

Maar thuis gaat het niet zo best, uitgerekend nu ik het bij Ruud zo naar mijn zin heb.
Wim heeft het weer eens op zijn heupen. Hij klaagt aan een stuk door, maar vertikt het om naar de dokter te gaan. Gisteravond ook weer, ik was nog niet binnen of hij begon alweer.
“Margriet, ik ben blij dat je thuis bent, ik heb zo’n vreselijke pijn in mijn rug, misschien kan jij me even masseren.” Ik liep naar hem toe en snauwde: “Wim, ik heb hard gewerkt en ben moe, hier heb ik nu geen zin in, en niet voor het een of ander, maar als je écht zo’n pijn hebt moet je naar de dokter gaan.”
Kwaad draaide ik me om en zonder antwoord af te wachten ben ik naar boven gelopen. Slapen kon ik natuurlijk niet, ik was wel moe, maar had geen zin om in bed te kruipen.
Het is ongelooflijk, ik word zo moe van die man. Pas geleden wilde hij nog van alles gaan doen, maar daar hoor ik niks meer over. Kennelijk heeft hij het opgegeven.
Wat ik wel moet doen is blijven oppassen. Net zoals gisteren, ik was vroeg opgestaan en zat net rustig een kop koffie te drinken toen hij naast me kwam zitten.
“Wat ik jou vragen wil…” begon hij terwijl hij ook een kop koffie inschonk. “Die vriendin waar je pas geleden bent blijven slapen, wie is dat eigenlijk?”
Ik schrok, maar liet niks merken: “Iemand die ik nog ken van vroeger. Toevallig ontmoette ik haar pas geleden toen ik aan het winkelen was. Maar waarom wil je dat weten?”
“Nou,” gewoon, omdat ik jou nooit over vriendinnen hoor praten en dat je veel weg bent.”
Ik dacht, hier moet ik me snel uitlullen, héél snel.
“Ik zei al, dat ik haar toevallig weer ontmoette en dat ik veel weg ben klopt, ik moet werken Wim,” zei ik hatelijk.
Hij draaide zich om en keek me argwanend aan. “Ik weet dat je veel werkt, ook dat we het geld hard nodig hebben, maar soms krijg ik de indruk dat je me ontloopt. Net alsof je niks meer van me wilt weten. Samen iets leuks doen wil ik nog steeds ondanks da ik veel pijn in mijn rug heb.”
Om hem gerust te stellen zei ik: “Zodra ik tijd heb gaan we weer een wandeling maken. Dat is voor jou ook goed, beweging is beter dan stil zitten.”
Zonder antwoord af te wachten liep ik de kamer uit. Als hij wilt gaan wandelen hoor ik het wel, maar ik vermoed en hoop dat hij zich bedenkt.
Zometeen ga ik even naar Ruud, even stoom afblazen!!

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *